De intrinsieke waarde van een aandeel is een schatting van wat een bedrijf werkelijk waard is op basis van de financiële prestaties, bezittingen en toekomstige verdienmogelijkheden. Bij beleggen is dit belangrijk, omdat de beurskoers niet altijd overeenkomt met de waarde die je op basis van je analyse aan een onderneming toekent.
Stel dat een aandeel voor €60 op de beurs wordt verhandeld, terwijl je op basis van je berekeningen uitkomt op een waarde van €90. Dan lijkt het aandeel mogelijk ondergewaardeerd. Maar hoe bereken je die waarde en welke cijfers heb je daarvoor nodig?
Er bestaat niet één perfecte methode. Beleggers gebruiken verschillende berekeningen om een redelijke schatting te maken. Door meerdere methodes te combineren, kun je beter beoordelen of een aandeel aantrekkelijk geprijsd is.
Wat betekent intrinsieke waarde bij aandelen?
De intrinsieke waarde is de geschatte economische waarde van een onderneming of een aandeel, onafhankelijk van de actuele beurskoers. Je probeert te bepalen wat het bedrijf waard is op basis van wat het bezit, hoeveel geld het verdient en hoeveel winst of kasstroom het in de toekomst kan genereren.
De beurskoers wordt dagelijks beïnvloed door vraag en aanbod, verwachtingen, rentestanden en het sentiment van beleggers. Daardoor kan een aandeel tijdelijk hoger of lager worden gewaardeerd dan je op basis van de financiële gegevens zou verwachten.
Bij fundamentele analyse probeer je dat verschil te onderzoeken.
Stel dat een onderneming een sterke marktpositie heeft, weinig schulden bezit en ieder jaar veel vrije kasstroom genereert. Als de beurskoers ondertussen flink is gedaald door tijdelijk negatief sentiment, kan het interessant zijn om te onderzoeken of het aandeel ondergewaardeerd is.
Andersom kan een populair bedrijf een hoge beurskoers hebben, terwijl de toekomstige winstgroei onvoldoende is om die prijs te rechtvaardigen.
Het is wel belangrijk om te begrijpen dat intrinsieke waarde geen vaststaand feit is. Je moet aannames maken over toekomstige resultaten, risico’s en groei. Twee beleggers kunnen daarom verschillende waarderingen berekenen voor hetzelfde bedrijf.
De intrinsieke waarde is dus vooral een hulpmiddel om een onderbouwde inschatting te maken, niet een garantie dat de beurskoers uiteindelijk naar jouw berekende waarde zal stijgen.
Welke methodes kun je gebruiken om de intrinsieke waarde te berekenen?
Er zijn verschillende manieren om de intrinsieke waarde te schatten. Welke methode het meest geschikt is, hangt af van het type onderneming en de beschikbare financiële gegevens.
Een van de bekendste methodes is de discounted cashflowanalyse, ook wel DCF genoemd.
Bij deze methode schat je hoeveel vrije kasstroom een onderneming in de toekomst kan genereren. Vervolgens reken je die toekomstige kasstromen terug naar hun huidige waarde. Dat doe je omdat geld dat je vandaag ontvangt in principe meer waard is dan hetzelfde bedrag dat je pas over tien jaar ontvangt.
Stel dat je verwacht dat een bedrijf de komende jaren steeds meer vrije kasstroom genereert. Je maakt een prognose voor bijvoorbeeld vijf jaar en berekent daarna de waarde van de kasstromen in die periode. Vervolgens schat je de waarde van de kasstromen na die vijf jaar, de zogenoemde terminal value.
De toekomstige bedragen worden met een disconteringsvoet teruggerekend naar vandaag. Die disconteringsvoet weerspiegelt onder meer de tijdswaarde van geld en het risico van de investering.
Na het berekenen van de ondernemingswaarde moet je onder andere rekening houden met de netto schuld en eventuele andere aanspraken op de waarde. Zo kun je de geschatte waarde van het eigen vermogen bepalen. Deel je die vervolgens door het aantal uitstaande aandelen, dan krijg je een geschatte intrinsieke waarde per aandeel.
Een DCF-analyse kan waardevolle inzichten opleveren, maar de uitkomst is gevoelig voor je aannames over groei, winstgevendheid en risico.
Een tweede methode is het vergelijken van de waardering met vergelijkbare bedrijven. Hierbij kijk je bijvoorbeeld naar de P/E-ratio of EV/EBITDA. Als vergelijkbare ondernemingen gemiddeld tegen een bepaalde waardering worden verhandeld, kun je die verhouding gebruiken als referentie voor het bedrijf dat je onderzoekt.
Dit is geen exacte berekening van de intrinsieke waarde, maar een manier om te beoordelen of de huidige waardering redelijk lijkt ten opzichte van andere bedrijven.
Een derde methode is het beoordelen van de nettovermogenswaarde. Hierbij kijk je naar de bezittingen en schulden van een onderneming. Je schat de waarde van de bezittingen en trekt daar de verplichtingen vanaf.
Deze methode kan vooral nuttig zijn bij vastgoedbedrijven, holdings of ondernemingen waarvan de bezittingen een belangrijk deel van de waarde vertegenwoordigen. Bij bedrijven die vooral waarde ontlenen aan software, merken of toekomstige groei kan deze methode een onvolledig beeld geven.
Hoe bereken je de intrinsieke waarde stap voor stap?
Als beginnende belegger kun je het beste met een eenvoudige aanpak beginnen. Je hoeft niet direct een ingewikkeld financieel model te bouwen. Het belangrijkste is dat je begrijpt welke aannames je maakt en hoe die de uitkomst beïnvloeden.
Begin met het verzamelen van de financiële gegevens van het bedrijf. Bekijk bijvoorbeeld de omzet, winst, vrije kasstroom, schulden en het aantal uitstaande aandelen. Gebruik bij voorkeur meerdere jaren aan gegevens, zodat je niet afhankelijk bent van één uitzonderlijk goed of slecht jaar.
Vervolgens onderzoek je hoe het bedrijf zich waarschijnlijk gaat ontwikkelen. Verwacht je dat de omzet groeit? Kunnen de winstmarges verbeteren? Moet het bedrijf veel investeren om te blijven groeien? Hoe voorspelbaar zijn de inkomsten?
Daarna kies je een waarderingsmethode. Voor een onderneming met redelijk voorspelbare kasstromen kan een DCF-analyse geschikt zijn. Voor een eerste vergelijking kun je ook naar de waardering van vergelijkbare bedrijven kijken.
Stel dat je na een analyse de volgende waarden inschat:
-
Geschatte waarde van het eigen vermogen: €9 miljard.
-
Aantal uitstaande aandelen: 150 miljoen.
-
Huidige beurskoers: €50.
De berekende waarde per aandeel is dan:
€9 miljard ÷ 150 miljoen = €60 per aandeel.
Je schat de intrinsieke waarde dus op €60, terwijl het aandeel op de beurs €50 kost.
Het verschil is €10 per aandeel. De mogelijke veiligheidsmarge ten opzichte van jouw geschatte waarde bedraagt:
(€60 − €50) ÷ €60 × 100% = 16,7%.
Dat kan erop wijzen dat het aandeel onder jouw aannames aantrekkelijk geprijsd is. Het betekent echter niet automatisch dat je het moet kopen. Misschien zijn je groeiverwachtingen te optimistisch of loopt het bedrijf meer risico dan je aanvankelijk dacht.
Daarom is een scenarioanalyse verstandig. Bereken bijvoorbeeld wat de waarde per aandeel zou zijn bij lagere groei, gelijkblijvende prestaties en hogere groei. Als een kleine verandering in je aannames al een groot verschil oplevert, is de waardering onzeker.
Je kunt daarnaast controleren of de uitkomst redelijk is in vergelijking met historische waarderingen en concurrenten.
De intrinsieke waarde berekenen helpt je om aandelen systematischer te beoordelen. In plaats van alleen naar de beurskoers te kijken, onderzoek je wat een onderneming financieel kan opleveren en welke prijs daarbij redelijk lijkt.
De DCF-methode, vergelijking met soortgelijke bedrijven en analyse van de nettovermogenswaarde kunnen ieder nuttig zijn, afhankelijk van de onderneming. Geen enkele methode is perfect en iedere waardering blijft afhankelijk van aannames.
Probeer daarom niet één exact getal als absolute waarheid te zien. Het is vaak verstandiger om een bandbreedte te berekenen en te onderzoeken hoe gevoelig die is voor veranderingen in groei, marges en risico’s.
Zo kun je de geschatte intrinsieke waarde combineren met de margin of safety om te beoordelen of een aandeel voldoende aantrekkelijk geprijsd is. Uiteindelijk draait het niet alleen om wat een bedrijf volgens jouw berekening waard is, maar ook om hoeveel onzekerheid er in die berekening zit. Benieuwd wat de margin of safety is en hoe je die gebruikt bij beleggen? In deze blog ontdek je hoe je een veiligheidsmarge berekent en voorkomt dat je te veel betaalt voor een aandeel.